Zon, zee en zand – veel zand. Onze vakantie op Terschelling zal ik niet snel vergeten. Het was een beetje romantiek op rolletjes, maar vooral liefde op het eerste gezicht toen ik hem zag. De strandrolstoel! Een robuust, futuristisch monster op rupsbanden, speciaal gemaakt om langs de branding te crossen. Mijn vriendin grijnsde toen ze de blik in mijn ogen zag. Mijn fantasie had de strandrolstoel al lang omgevormd tot een racemonster op rupsbanden dat een hoofdrol zou kunnen spelen in iedere Mad Max film. Het strand werd een uitgestrekte woestijn die overgestoken moest worden. En zo geschiedde. Daar gingen we, dwars door het mulle zand, langs verbaasde badgasten en scheve zandkastelen. De rupsbanden deden hun werk met militaire precisie. Het gegrom van techniek die wél meewerkt. Ik was niet meer te houden.
En ineens stond ik aan de branding. Niet erachter, op de veilige houten plankenvloer, niet op anderhalve meter afstand terwijl anderen hun tenen natmaakten. Nee. Aan de branding. De golfjes likten het rubber van de rupsbanden, en ik voelde de zilte lucht op mijn gezicht. Mijn vriendin pakte m’n hand. “Dit,” zei ze, “is vakantie.”
Ze had gelijk. Geen beperkingen, geen gedoe – gewoon wij tweeën, het geluid van de zee, en een uitzicht dat eindelijk voor ons allebei bereikbaar was. Dat, samen met mijn fantasie en een strandrolstoel maakte onze vakantie. Gelukkig waren er geen wachtenden toen wij terugkwamen want dat de strandrolstoel na een uur teruggebracht moest worden waren we natuurlijk al lang vergeten. Dus als je deze zomer iemand over het strand ziet denderen in een soort mini-tank met zonnehoed, zwaai dan gerust even. Misschien ben ik het wel.
Dinand Brummelhuis.

